samenvoorvredeinkleuren
Beweging voor
Geweldloze Kracht

Adres:
Stichting voor Actieve Geweldloosheid (SVAG) Postbus 288
5280 AG Boxtel

Postbankgiro: 266551

E-mail:
info@ geweldloosactief.nl

Websites:
www. geweldlozekracht.nl www. samenvoorvrede.nl



GEWELDLOZE SAMENLEVING MOET GEEN UTOPIE ZIJN
Door:
Evert Huisman
Dat is wat Hans Achterhuis in zijn boek ”Met alle geweld” ons op het hart wil drukken. Een utopie kan tot het grootste geweld leiden, hoe goed de bedoelingen ook zijn. Telkens blijken utopische ideeën te fungeren als rechtvaardiging voor oorlog en massamoord. Met talloze voorbeelden toont hij dat aan in zijn bijna 800 bladzijden dikke boek, dat bij Lemniscaat in Rotterdam in 2008 verscheen. Voor iemand die met hem ‘een filosofische zoektocht’ (de ondertitel) wil verrichten is zo’n uitgebreide studie zeker van belang. Hannah Arendt is zijn voornaamste inspiratiebron. “Nadenken over wat gebeurd is en zich afvragen waarom dit gebeurde. Tenslotte de vraag stellen hoe dit mogelijk is geweest.” Zo kijkt Achterhuis met Arendt tegen het geweld aan.
Zes oorsprongen
In elk geval heiligt het doel de middelen niet. De maakbaarheid van de samenleving heeft zijn beperkingen. Hij bespreekt in 11 delen met 55 hoofdstukken en een epiloog wat er zoal filosofisch over geweld is gezegd. De conclusie is dat er veel over is gefilosofeerd en dat er veel aspecten zijn belicht, maar dat slechts enkelen de juiste gevolgen overzien.

Hij onderscheidt op bladzijde 45 zes perspectieven, soms noemt hij het oorsprongen, soms bronnen (ik zou ze liever omstandigheden of voorwaarden willen noemen). Zij werken niet vaak alleen, maar enkelen spannen soms samen. Het zijn doel-middeldenken, de mimetische begeerte, de spanning tussen moraal en politiek, de dierlijke natuur van de mens, de strijd om erkenning en het wij/zij-denken. Deze zes voorwaarden onderzoekt hij (in bijna 600 bladzijden) om het geweld in zijn verschillende verschijningsvormen te begrijpen. Het gaat hem om het begrijpen, niet om het goedkeuren. Dat deed hij vroeger maar daarvan is hij – zoals hij zegt – teruggekomen. Met nadruk stelt hij dat begrijpen en goedkeuren niet hetzelfde is, zoals wel vaak wordt gedacht en gezegd.

Definitie
Als definitie van geweld geeft hij op bladzijde 78: Geweld bestaat dan in ‘het min of meer intentioneel toebrengen of dreigen toe te brengen van schade aan mensen of voorwerpen’.

Deze definitie spreekt mij gedeeltelijk aan, omdat zij zowel het toebrengen als het dreigen omvat en omdat zij zowel mensen als dingen betreft. Alleen vraag ik mij af of intentioneel altijd van toepassing is. Ik begrijp dat de schrijver veel niet-intentionele gevallen wil uitsluiten. Maar er zijn gevallen dat onbedoelde handelingen en gezegdes door de ander als geweld worden ervaren. Bijvoorbeeld iemand uit een arm land, die de gevolgen daarvan ondervindt, kan er anders over denken. Die vindt een etentje van ons met een uitgever van 200 dollar misschien wel geweld. Het woord intentioneel weglaten houdt inderdaad in dat men de deur naar een reeks van handelingen open zet. Men zal dan telkens moeten aangeven wanneer er sprake is van geweld en wanneer niet.

De schrijver wijst er ergens anders op dat het denken in termen van structureel geweld kenmerkend is voor veel revoluties en utopieën. Maar het aanroepen van het middel geweld leidt dan vaak tot het meest gruwelijk geweld.

Geweld
De zes omstandigheden of voorwaarden die kunnen leiden tot geweld, bespreekt de schrijver stuk voor stuk uitvoerig. Zoals ik al zei, noemt hij ze soms perspectieven, soms oorsprongen, soms bronnen. Maar de oorsprong en de bron liggen toch in de menselijke natuur? Ik kom daar later op terug.

Hij wijst er bij het doel-middeldenken op, dat geweld voor allerlei doelen wordt ingezet. Maar dat dat niet juist is. Hij bespreekt daarbij onder andere veiligheid en terrorisme. In dat kader herinnert hij ons er tevens met instemming aan dat Hannah Arendt in de politiek een onderscheid maakte tussen geweld en macht.

De mimetische begeerte bespreekt de schrijver in deel X. Hij wijst hierbij op het mysterie van de gewelddadige oorsprong van onze cultuur en op het zondebokmechanisme waar René Girard op heeft gewezen.

Bij spanningen tussen moraal en politiek is hij de mening toegedaan dat het gevaarlijk is om morele idealen op de politieke werkelijkheid te betrekken. De rechtvaardige oorlog wordt in dit kader besproken.

In deel V behandelt hij de strijd om de erkenning. Hier speelt soms ook de botsing der beschavingen en de strijd tussen mannen en vrouwen een rol. Vaak gaat de strijd om erkenning samen met de mimetische begeerte. Verder heeft de hiërarchie, die in veel culturen is ontstaan, hier mee te maken

Het wij/zij-denken kan leiden tot botsing van beschavingen en tot genocide. In de politieke werkelijkheid speelt dit wij/zij-denken vaak een grote rol.

De dierlijke natuur van de mens wordt besproken in deel XI. Over het algemeen hebben volgens de schrijver de wijsgeren die dierlijke oorsprong van de mens ontkend en gebagatelliseerd. Maar de mens kan zich, volgens hem, niet van de evolutionaire erfenis bevrijden. ‘Het beest in de mens’ kan men niet overboord gooien.

Agressiviteit, geweld en conflicten
Zijn conclusie ten aanzien van het alternatief voor geweld is niet de geweldloosheid. Als men doel en middel onderscheidt, dan is hij wat het doel betreft duidelijk. Over het middel zegt hij tegenstrijdige dingen. Ik ga daar dadelijk dieper op in. Het doel is de samenleving. Een samenleving zonder geweld is volgens hem een droom die nooit uitkomt en vaak alleen maar geweld tot gevolg heeft. De mens is van nature agressief en onder bepaalde omstandigheden uit zich die agressiviteit negatief, in geweld. Hans Achterhuis ziet als Darwinist de agressiviteit en het geweld van de mens als een evolutionaire erfenis vanuit de dierenwereld. Maar dat is niet het enige. De agressiviteit en vooral het negatieve geweld zijn vergroot door de cultuur waarin wij leven. Agressiviteit, geweld en conflicten horen dus bij de mens. Het heeft geen zin dat te ontkennen en een geweldloze samenleving na te streven. Dat leidt volgens hem alleen maar tot geweld. Hij toont dat aan met veel voorbeelden. Daarom pleit hij er voor de gedachten van bijvoorbeeld Wilders ter discussie te stellen, in plaats van die te bestrijden met het argument dat we moeten denken aan een Nederland waar solidariteit heerst. Dat is volgens hem, voor zover ik heb begrepen, politiek vanuit utopisch denken. Het aan de orde stellen van de problemen die zich voordoen is vergelijkbaar met wat Milgram in zijn experimenten ondervond. Die ervoer dat normale mensen klakkeloos een opdracht uitvoeren, maar niet als ze merken dat er verschillende opvattingen bestaan bij de leidende personen. Ik ben het met Hans Achterhuis eens dat we niet moeten denken in utopieën als doelstelling. Er zullen altijd conflicten en geweld zijn in de samenleving. Maar dat het alternatief voor geweld niet de geweldloosheid is, bestrijd ik. Ik denk dan aan geweld als middel.
Geweld als middel
Volgens mij moet je het geweld niet beschouwen als doel maar als middel. En als middel zie ik het alternatief voor geweld in de principiële geweldloosheid. Als je over geweld nadenkt dan kom je automatisch op het begrip geweldloosheid. Dan neem je andere uitgangpunten dan Achterhuis. Dan ga je niet uit van het doel maar van het middel en niet van de mens hier maar van de mens in onderdrukte gebieden. Dan zie je, waar Gandhi op wees, dat het doel bepaald wordt door het middel dat je gebruikt. Als men geweld gebruikt als middel om een doel te bereiken, dan wordt dat doel een gewelddadig doel. Als men Afghanistan heeft gezuiverd van de Taliban door het gebruiken van geweld, dan is het gevolg dat er een samenleving is ontstaan die drijft op geweld. De bevolking schiet daar wel wat mee op, maar niet zo veel. Het geweld blijft dan een grote rol spelen. Beter is het de bevolking te bewerken door vredeswerkers zodat er geen voedingsbodem is voor de Taliban. Dat is positiever. Ik ben het met Hans Achterhuis eens dat agressiviteit en geweld via de evolutie in de natuur van de mens zit en dat onze cultuur, de schrijver spreekt van universalia, daar een schepje bovenop doet. Men moet, zoals Achterhuis zegt, niet streven naar een geweldloze samenleving. Zelf ben ik van mening dat er nooit een paradijs op deze aarde zal ontstaan, maar men kan dat wel trachten te benaderen met principiële geweldloosheid.
Geweldloze alternatieven
Als middel is geweldloosheid te prefereren boven, wat Hans Achterhuis wil: het zonder meer bespreken van de conflicten. De bedoeling is steeds om conflicten op te lossen. Als iemand de theorie en de praktijk van geweldloze conflictoplossing kent, zal hij minder snel naar geweld grijpen dan wanner hij die niet kent. De drempel voor ingrijpen met geweld zal dan hoger liggen. Hij heeft dan geen geweld nodig, zeker geen wapens. Hij zal tevens op de nevenaspecten wijzen. Hij is dan immers geweldloos weerbaar! Dat is wel belangrijk. Want zoals Achterhuis aantoont is bijna ieder mens zover te krijgen dat hij geweld gebruikt. Als de mens geweldloos weerbaar is zal dat in elk geval moeilijker worden. Het zou dan ook beter zijn als kinderen de theorie en de praktijk van geweldloze conflictoplossing leren. De scholen zouden dat moeten opnemen, samen met een vak ‘democratisch met elkaar omgaan’ en ‘democratisch burgerschap’. Nu pleit de schrijver er voor te leren leven met geweld en het te beheersen. Dat lijkt mij een goede oplossing. Maar dan moet er wel werk worden gemaakt van dat beheersen. En dat zie ik niet voldoende. Zeker niet via de methode Achterhuis. Zoals ik al zei, is hij wat geweld als middel betreft niet duidelijk. Soms wijst hij op Martin Luther King en anderen die de geweldloosheid toepasten of prezen. Een andere keer lijkt het weer of hij zich wil beperken tot symptoombestrijding in plaats dat hij een alternatief zoekt. Gelijkberechtiging van mannen en vrouwen lijkt hem een realistisch doel. Maar die strijd behoort toch tot de universalia? En die kunnen,volgens hem, niet afgeschaft worden. Daar moeten we toch zo goed mogelijk mee omgaan? Ergens anders heeft hij het over universalia die creatief kunnen worden ingezet. Ook heeft hij het over agonisme waar vijanden worden gezien als tegenstanders. Daarenboven spreekt hij over morele onverschrokkenheid en haalt hij Mandela en Tutu aan. Maar dat waren toch idealisten evenals Martin Luther King? Met idealisten heeft hij het niet zo op. Hoewel morele onverschrokkenheid idealisme veronderstelt. Tenslotte zegt hij dat het geweld het best kan worden beheerst door een democratische samenleving. Dat geloof ik ook, maar dan wel een samenleving die anders is dan onze samenleving. Als hij geweldloosheid opvat als geen geweld, ben ik het met hem eens. Als men zonder geweld strijdt verval men gauw in geweld. Maar principiële geweldloosheid zoals Gandhi het bedoelde is heel wat anders. Hoge doelen hoeven dan geen doden te vergen, integendeel. Hoe Achterhuis zonder de principiële geweldloosheid als middel het geweld wil beheersen is niet duidelijk. Hopelijk zet hij dat nog eens uiteen.
Waardering
Als ik wat kritische geluiden over het boek heb laten horen, betekent dat niet dat ik er geen grote waardering voor heb. Integendeel. Het boek geeft een groot aantal feiten, omstandigheden, voorwaarden en opvattingen. Dat is het lezen en herlezen van deze bijna 800 bladzijden meer dan waard. Alleen zou ik er een handelsuitgave van ongeveer 200 of 250 bladzijden van willen zien. Zijn gedachten zouden zo meer onder de mensen komen. Maar dan zou ik wel willen dat de schrijver zich ook duidelijker uitspreekt over het middel als alternatief voor geweld. ‘Met alle geweld; een filosofische zoektocht’, 793 pag.; Hans Achterhuis, Lemniscaat, Rotterdam – 2008; paperbackeditie ISBN 978.90.477.0127.9; gebonden editie ISBN 978.90.477.0120.0.