samenvoorvredeinkleuren
Beweging voor
Geweldloze Kracht

Adres:
Stichting voor Actieve Geweldloosheid (SVAG) Postbus 288
5280 AG Boxtel

Postbankgiro: 266551

E-mail:
info@ geweldloosactief.nl

Websites:
www. geweldlozekracht.nl www. samenvoorvrede.nl



Historicus Lafeber:
"Oorlogen, hoe dan ook gepresenteerd,
horen in een beschaafde samenleving niet thuis."
FELLE AANKLACHT TEGEN OORLOG
en
HARTSTOCHTELIJK
PLEIDOOI VOOR VREDE
Door: Wim Robben
“Dat oorlogen in de wereldgeschiedenis constantes zijn – wellicht een gevolg van een fout in de schepping, waardoor de mens met bezits- en machtsinstincten werd uitgerust -, betekent dat ook alles wat met oorlog samenhangt per land en per periode slechts in details kan verschillen. We spreken dan over de historische ervaringswet van het ‘idem sed aliter’: alles is op een andere manier steeds hetzelfde,” schrijft de historicus Lafeber in zijn recent verschenen 2-delige werk “God treurde niet om de slechtheid van de mensen, over hun domheid weende Hij” (blz.8, deel 17), gepubliceerd als deel 17 en 18 van de serie ‘Nascholing bij U Thuis’. (1) De Belgische historicus Decat zegt hierover: “De geschiedenis van de oorlogvoerende mens vertoont naast een duidelijke uniciteit opvallend veel continuïteit.” (Blz.9, deel 17) In niet mis te verstane woorden heeft Lafeber zijn aanklacht tegen het brute oorlogsgeweld, en zijn hartstochtelijk pleidooi voor vreedzame conflictaanpak, op papier gezet. Twee factoren die oorlogen mogelijk maken liggen hieraan ten grondslag: de misdadigheid van de politieke, militaire en andere elite en de domheid van de mensen die onbegrijpelijkerwijze zich door die elite hebben laten gebruiken om te doden en zelf gedood te worden, aldus Lafeber. (blz.8 deel 18)

Inhoud
In 8 hoofdstukken komen de volgende aspecten aan bod:
1. Wat zijn de kenmerken van het hedendaagse terrorisme?
2. Wat zijn de oorzaken van het hedendaagse terrorisme?
3. Hoe is op het hedendaagse terrorisme gereageerd?
4. Hoe kwamen in de reacties twee grondrechten (vrijheid van meningsuiting en     van onderwijs) aan de orde?
5. Welke waren de internationale politieke en militaire reacties na de      terreuraanslagen van 11 september?
6. Hoe zag het Nederlandse overheidsbeleid inzake terreurbestrijding en      binnenlandse veiligheid er uit?
7. Wat werd er geschreven over het verschijnsel angst?
8. Terroristen, wat voor mensen zijn dat eigenlijk?


Oorlogsrechtvaardiging
Dat het de machtselite nog altijd lukt om, onder andere op basis van bedrog en angstzaaierij, volken tot oorlogen te bewegen bleek met betrekking tot Irak. Verschil met vroeger is wellicht dat de meest betrokken regeringsleiders en bevelvoerders hun bedrog (‘hun onjuiste inschatting’ heet het dan) publiekelijk erkenden. Maar met zoveel media-aandacht konden ze ook niet anders. Consequenties had het verder niet en alles ging verder ‘as usual’.
Het ‘idem sed aliter’, alles is op een andere manier (….en met wat andere woorden) steeds hetzelfde, geldt ook hier. Was het oorlog voeren ‘om God en Vaderland’ lange tijd de slogan om miljoenen te mobiliseren, gaandeweg werd dit aangepast. Lafeber: “In de loop van de 20e eeuw is de onzinnigheid van het nationalisme ook de politiek-militaire elite steeds duidelijker geworden. Niet de waanzin van de diabolisering en oorlog zelf noopte haar daartoe maar de onverkoopbaarheid van oorlog als nationaal product. Naarstig werd naar andere vormen gezocht om de oorlog te redden uit de tentakels van beschaving en verstand. Zegevierend kwam de elite met drie eieren van Columbus te voorschijn.” In de nieuwe benadering hoefden de burgers niet meer trots te zijn op het vaderland maar op het grote Atlantische Verbond, met eigen leiding, geld en wapens. “I am proud to be an European,” verwoordde Churchill dit nieuwe gevoel, en “wij zijn communisten in hart en nieren,” heette het in de Warschaupactlanden. Op de tweede plaats moesten de materialistische belangen van de vroegere vaderlanden ingeruild worden voor ethische waarden. De mensheid moest geen oorlog meer voeren om macht, olie of gas maar om democratie, mensenrechten en vrijdom van terreur, honger en angst. Dit moest vooral de intellectuelen, christenen en socialisten aanspreken, die daarmee tegelijkertijd voor de ‘oorlog nieuwe stijl’ gewonnen zouden zijn. En ten derde moest het taalgebruik worden aangepast. De vijand was een schurk of terrorist, levend in een schurkenstaat. Het negatieve begrip ‘oorlog voeren’ moest naar de achtergrond en we gingen het politiële acties noemen of, nog mooier, vredesoperaties of vredesopbouwmissies in het kader van de Verenigde Naties. De daaraan deelnemende medewerkers werden al op voorhand ‘helden’ genoemd en werden de missionarissen en ontwikkelingshelpers van de 21e eeuw. “Een hedendaagse trouwhartige lichtgelovige vraagt zich af of dit alles geen aantoonbare verbetering is, vergeleken met vroeger. Verbetering? Welnee, we hebben alleen te maken met een geraffineerder vorm van bedrog. De machts-, olie- en gasbelangen zijn precies dezelfde gebleven,’ aldus Lafeber. (blz.268-269, deel 18) Wie het recente Georgisch-Russische oorlogsconflict beziet herkent de overeenkomsten met de zojuist beschreven ontwikkeling. Georgië, dat er niet voor koos zijn problemen met zijn afvallige deelrepublieken op een beschaafde en intelligente manier op te lossen, viel in de valkuil die door Rusland was opgezet en is de deelrepublieken nu definitief kwijt en vele tienduizenden vluchtelingen rijker. Het krijgt nu miljarden, onder andere van de Europese Unie, ‘om er weer bovenop te komen’. Niet omdat men Georgië zo graag wil helpen, maar omwille van de eigen machts-, olie- en gasbelangen.
Ten oorlog
Het rechtvaardigen van ‘oorlog als instrument ter bescherming en zelfverdediging’, en het motiveren van de bevolking om daar haar steun aan te geven, want niemand wil toch het slachtoffer worden van agressief geweld van de ander, is slechts een van de aspecten van oorlogstoerusting. Met name in het 2e deel van “God treurde niet om de slechtheid van de mensen, over hun domheid weende Hij”, dat handelt over de (voor)geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog (de ‘Grande Guerre’), gaat Lafeber uitgebreid in op een aantal andere aspecten, die hij in het 1e deel kort benoemt, zoals het demoniseren van de tegenstander. “Nooit wordt er gewezen op de oorlogskrachten in het eigen land, op de blunders die in het verleden en heden door de eigen staatshoofden en politici zijn begaan. Nooit is de oorlog door ‘ons’ veroorzaakt, altijd is het de ander die met zijn jarenlange agressiviteit voor de wereldvrede een voortdurende bedreiging is geweest en waaraan eens een eind moet worden gemaakt. Het ergste is dat geen enkele partij zich ooit in de gedachtegang van de andere heeft kunnen of willen verplaatsen. Nooit is de vraag gesteld waarom de tegenpartij zich gedraagt zoals zij zich gedraagt.” (blz.9, deel 17) De rol van de kerken, die mede de basis leggen voor oorlogsrechtvaardiging, kan uiteraard niet onbesproken blijven, evenmin als die der wetenschappers en medici. (Zie blz. 284-301, deel 18.) Een ander aspect van de oorlogstoerusting is geschiedvervalsing, waarin de daden van de ander als barbaars worden afgeschilderd, de eigen daden bejubeld en nederlagen verzwegen. Korperaal Barthas schreef in zijn oorlogsdagboeken (2) daarover “Of wij nu wonnen of verloren, we hadden in elk geval geweldige moed, doodsverachting en heldhaftigheid aan de dag gelegd. Dat was het belangrijkste. Alles wat die glorie, de schoonheid en de waarheid kon aantasten werd niet in de officiële en officieuze rapporten en verhalen vermeld. De voorstel-ling die van generatie op generatie werd naverteld is ‘door en door vals’.” (blz.11, deel 17) En dan zijn er de oorlogshitsers, tegenwoordig als ‘haviken’ betiteld, die onophoudelijk de oorlog tegen de duivelse tegenstander bepleitten, als ‘laatste redmiddel nadat elke andere mogelijkheid geprobeerd was’, om het kwaad ‘voor eens en voor altijd’ uit te roeien. En de volksbedriegers, de tegenwoordige ‘spindokters’, met hun propaganda, gericht op het ophemelen van de eigen standpunten en het verspreiden van halve waarheden, en van verzinsels en leugens over de vijand. Propaganda, dat eigenlijk ‘reclame’ is, waarmee men politieke zaken als waardeloze presidentskandidaten en waanzinnige oorlogen aan de bevolking verkoopt. En dan de censuur, waarvoor het moderne woord ‘embedment’ / ‘inbedding’ werd bedacht, om er voor te zorgen dat er voor het eigen regime geen onwelgevallige of kritische publicaties verschenen die het ‘landsbelang’ konden schaden. En niet in het minst de wapenfabrikanten, die miljarden aan oorlogen verdienen en nauwe banden met de militaire top, politici en media hebben. (Zie blz.269-276, deel 18.) En degenen die hun verontrusting lieten horen, of hun afkeer van dit alles, werden vaak nog venijniger aangepakt dan de vijand, en als landverraders en heulers met de gehate tegenstander neergezet. (Zie onder meer blz.302-307, deel 18.) Dit alles, en nog veel meer dan dit, werd en wordt, overal in de wereld ingezet om de bevolking enthousiast te houden voor regeringsbeleid en oorlogvoering, en daar kan niet vroeg genoeg mee begonnen worden. En dus werd en wordt ook het onderwijs ingeschakeld, via welk men alle kinderen en jongeren kan bereiken, zoals met de steeds populairder wordende vechttrainingen in de gymnastieklessen in het basis- en voortgezet onderwijs (ook in Nederland) onder het mom van ‘weerbaarheids- en zelfverdedigingslessen’, in sport- en buitenschoolse activiteiten (al of niet samen met het leger) en in defensie-jongerenclubs. Dit alles aangevuld met een onvoorstelbare overvloed aan tekenfilms op de televisie (tot voor de kleinsten aan toe) waarin vechtmethoden verheerlijkt worden, evenals de meest gruwelijke geweldsvideo’s en geweldgames voor de wat oudere jeugd. Voor hun tiende zijn veel kinderen hierdoor al gehersenspoeld en hebben hun ouders en leerkrachten een serie argumenten paraat waarom dit toch allemaal niet zoveel kwaad kan of zelfs wel goed is. “Hoe komt het toch,” vat Lafeber samen “dat jonge mensen zich laten overhalen niet alleen om leeftijdgenoten te vermoorden maar ook om zelf vermoord te worden. Het antwoord was dat zij door de hulpmiddelen van de regeerders – geld, wapens, welwillende pers, religie, alle vormen van onderwijs, maatschappelijke en/of partijpolitieke steun – murw gemaakt worden. Daarom moest in dit boek het volle accent gelegd worden zowel op de voortdurende vormen van misleiding als op het oorlogsverdriet, waarover de traditionele, kritiekloze geschiedschrijving angstvallig zwijgt.” (Blz.19, deel 17.)
‘Umdenken’ nodig
Wat moet onze opstelling dan zijn, om oorlogen te voorkomen? Lafeber kiest in zijn boek geen partij voor of tegen een land dan wel voor of tegen een bepaalde religie of ideologie. Hij pleit ‘slechts’ tegen de oorlog en vóór de vrede, en een streven dat gericht is op de afschaffing van alle geweldspolitiek. “Ik zal niet ophouden te benadrukken dat het ontstellende van het huidige oorlogsvraagstuk zijn ‘totalitair’ karakter is. De keuze voor ons leven en dat van ons nageslacht is legitiem, wetenschappelijk verantwoord en maatschappelijk noodzakelijk. Het vredesdenken vraagt van alle politieke partijen, religies, leeftijden, beroepen, sociale posities, huidskleuren en naties over dit allerbelangrijkste vraagstuk te willen ‘umdenken’. Omdat het gevaar universeel is en ons allemaal bedreigt, is er geen plaats voor onverschilligheid of neutraliteit.” (Blz.15, deel 17) En met instemming citeert hij Tolstoy die opmerkte: “De enige oplossing van het oorlogsvraagstuk is dat de burgers van elk land weigeren soldaat te worden.” Lafeber: “Voor het nieuwe denken is deze oplossing van de oorlogsproblematiek, die verbijstert door haar eenvoud, de enig gangbare weg. (…..) Het gaat de ‘Umdenkers’ niet om een organisatie, een hoofdkwartier en bezoldigde medewerkers. Iedereen is medewerker, waar het de bedoeling immers is om het bewustzijn aan te kweken dat oorlog ‘een absoluut taboe’ is en dat degenen die zelfs maar de mogelijkheid van een oorlog overwegen tot het bereiken van politieke doelstellingen ‘de verontwaardiging van de hele mensheid tegenover zich vinden’,” waarbij hij uit G.Anders “De man op de brug” (3) citeert. Is dit naïef? Lafeber: “Naief is iedereen die gelooft dat met geweld politieke problemen kunnen worden opgelost; dat politici, generaals en wapenverkopers tegenwoordig beter zijn dan vroeger en dat de bevolking zich wel weer met leugens en prietpraat de oorlog zal laten inrommelen.” Om hiervan los te komen is Umdenken nodig: “een nieuwe geesteshouding; een veranderde moraal; een herwaardering van ons traditionele waardenschema en een herbezinning op onze burgerlijke verplichtingen,” aldus G.Anders in ‘Verboden toegang voor het geweten’. (4) (Zie ook blz.328-336, deel 18.)
Ondergang of vrede
Door velen is het reeds in vroeger jaren gezegd: “Óf de oorlog wordt afgedankt, óf de mens,” R.Buckminster Fuller. “De mens moet een einde maken aan de oorlog, anders zal de oorlog een einde maken aan de mens,” John F.Kennedy. “Nu hebben we nog een keuze: vreedzame co-existentie of wederzijdse totale vernietiging,” Martin Luther King. “De mensheid heeft behoefte aan vrede, omdat onze planeet wordt bedreigd met totale vernietiging door een nucleaire oorlog. Een vernietiging die alleen de mens kan veroorzaken en die alleen de mens kan voorkomen,” Elie Wiesel. “Elke intelligente dwaas kan kwesties groter, complexer en gewelddadiger maken. Er is een zeker genie voor nodig – en een aanzienlijke dosis moed – om de andere kant op te gaan,” Albert Einstein. Enkele uitspraken die in het prachtig uitgegeven, en recent verschenen, boek “VREDE” (5) staan. Ze sluiten helemaal aan bij de grote zorg die Lafeber in zijn boeken naar voren brengt. Het jaar 1945, waarin de eerste atoombommen vielen, is voor hem “het absolute keerpunt aller tijden” (blz.6, deel 17). “Hadden we tot 1945 te maken met conventionele wapens die, hoe verderfelijk ook, ‘slechts’ een deel van de mensheid teisterden, nu bezit de zich steeds uitbreidende ‘club’ – zo noemen ze zich zelf - van atoommogendheden wapens (…….) die de gehele mensheid nucleair kunnen verzengen.” (Blz.7.) En, citeert hij Anders (6): “Het grote verschil met vroeger is dat, nu de mensheid in de laatste fase van de wereldgeschiedenis lijkt te zijn beland, er een apocalyptische, volstrekt onzekere toestand bestaat over het voortbestaan van het menselijk geslacht.” Een groot – en zeer onderschat – gevaar, aldus Lafeber, is de miniaturisering van de kernwapens, waardoor het verschil tussen conventionele en kernwapens ogenschijnlijk opgeheven wordt, en de atoomdrempel verlaagd. Met de redenering dat de mensheid er wel voor zal waken om het zover te laten komen rekent hij resoluut af: “We constateren zowel bij regeerders als bij geregeerden een permanente aanwezigheid van één grote oorlogscultuur, waar individuele vredesapostelen nauwelijks invloed op hebben kunnen uitoefenen. Deze toestand van slechtheid en domheid bestaat niet vanaf de Franse revolutie-oorlogen maar vanaf het begin der geschiedenis. De moderne mens – nog immer homo sapiens genoemd – is in zijn oorlogsdriften nog even primitief als de homo primogenitus. Met recht kunnen we spreken van een Kontinuität des Irrtums.” (Blz.7, deel 17.) Veel tijd is er dan ook niet meer om het tij te keren. “Het uur van de nucleaire verzenging van moeder aarde nadert snel. Immers de proliferatie – en de miniaturisatie – van de kernwapens gaat steeds door. Het uur U wordt door de geleerden rond het ‘Bulletin of Atomic Scientists’ rond 2015 verwacht. Dan is meer dan de helft van de landen in het bezit van het kernwapens.” (Blz.329, deel 18.)
Toen en nu
De twee boeken van Lafeber gaan over ‘toen’: de Franse Revolutie (1789) en de oorlogen die volgden, tot aan 1918, het einde van de Eerste Wereldoorlog (Grande Guerre), aangevuld met een aantal ontwikkelingen, en dreigende gevaren, op het terrein van oorlog en vrede tot vandaag de dag (2008). Men zou kunnen stellen dat de ongekende gruwelijkheid van toen, onder andere hetgeen plaatsvond in de loopgraven van het oorlogsfront, in de huidige oorlogen niet meer voorkomt. Maar wie naar de Tweede Wereldoorlog kijkt ziet een nog gruwelijker werkelijkheid, en de oorlogen van de laatste 25 jaar zijn, hoewel op kleiner schaal plaatsvindend, niet minder gruwelijk. “De volken zijn aangetast door de waanzin van dood en destructie. Zulke slachtingen. Welke tonelen van verschrikkelijke bloedbaden. Ik kan geen woorden vinden om ze te beschrijven. De hel kan niet erger zijn. De mensen zijn waanzinnig,” schreef de 21-jarige tweede luitenant Alfred Joubaire tijdens de hel van Verdun in WOI in een brief aan zijn ouders, enkele dagen vóór hij zou sneuvelen. (Blz.308, deel 18.) Dergelijk ‘hellen’, in het klein of in het groot (zoals de genocides onder Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot; de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki; en de genocide in Rwanda in 1994) vinden ‘nu’ nog altijd plaats. En als het niet om oorlog gaat, dan wel om alledaags geweld. Miljarden mensen lijden, meestal in stilte, als gevolg van onderdrukking of uitbuiting, of door geweldservaringen of verlies van dierbaren. De hedendaagse massale verheerlijking door de mens van geweldsmanieren, -middelen en –methoden, welke dagelijks in miljardenvoud via televisie, films, games, vecht’sport’, boeken, tijdschriften, internet en in de persoonlijke omgang wereldwijd worden verspreid, belooft dan ook weinig goeds. Geweld is amusement geworden, vertier en vermaak, een ‘sport’, een ‘kick’, en bovenal een miljardenbusiness. Al vele duizenden jaren geleden wist men dat wat je zaait na zekere tijd geoogst zal worden. ‘Je ontwikkelt waar je energie in stopt,’ zeggen we tegenwoordig, ofwel ‘input = output’. En inderdaad: de geschiedenis is het bewijs hiervoor mits je bereid bent, zoals historicus Lafeber, dat te zien en het niet ontkent, zoals velen, om het eigen geweld omwille van allerlei belangen staande en gaande te houden. Mijn eigen visie in deze is dat het probleem van geweld en oorlog opgelost kan worden als geleidelijk (maar wel in rap tempo) meer energie en geld gestopt wordt in het ontwikkelen van vreedzame conflictaanpak en van een vredesmentaliteit, en een afnemende hoeveelheid energie en geld in oorlogsvoering en het aankweken van een geweldsmentaliteit. Hiertoe zou een wereldomvattend plan van aanpak opgesteld dienen te worden, waarin een VN-organisatie als UNESCO een leidende rol zou kunnen spelen, ondersteunt door VN-lidstaten en NGO’s (non-gouvernementele organisaties). De vraag of we al niet zó vast in de greep van het geweld zitten dat we er nog uit los kunnen komen, getuige ook het jaarlijks toenemende geweld met betrekking tot elk aspect van het leven, kan echter niet genegeerd worden. Een breed gedragen beweging tegen alle geweldsvormen en voor vreedzame manieren, middelen en methoden van menselijke omgang en conflictaanpak, lijkt nog ver weg. Of zou de ‘Wereldmars voor Vrede en Geweldloosheid’ (2 oktober 2009 – 2 januari 2010; zie: www.samenvoorvrede.nl), door 90 landen in 6 continenten van Nieuw-Zeeland tot Zuid-Argentinië, een dergelijke beweging op gang kunnen brengen?

(1) “God treurde niet om de slechtheid van de mensen, over hun domheid weende Hij”, van de historicus Dr.C.V.Lafeber, verscheen in 2008 in 2 delen in de serie “Nascholing bij U Thuis” als deel 17 “Politiek-militaire geschiedenis van de Franse Revolutie tot en met de Frans-Duitse oorlog” en deel 18 “(Voor)geschiedenis van de Grande Guerre”. De serie “Nascholing bij U Thuis”, gepubliceerd tussen 1992 en 2008 in een reeks van 18 boeken over uiteenlopende onderwerpen, is bedoeld voor ieder die geïnteresseerd is in verhalende geschiedenis,. Voor meer informatie: C.V.Lafeber, Tilburgseweg 173, 5051 AE Goirle; e-mail: cvlafeber@hetnet.nl

(2) “De oorlogsdagboeken van Barthas, 1914-1918”; Amsterdam - 1999.

(3) G.Anders “De man op de brug. Dagboek uit Hiroshima en Nagasaki”; Amsterdam – 1965.

(4) G.Anders “Verboden toegang voor het geweten”; Amsterdam – 1962.

(5) “VREDE”, een recent verschenen Nederlandse vertaling van “Peace: 50 years of protest 1958-2008”. (256 blz.; E 25,00; ISBN 9.789076.522173; zie ook: www.belevingswereld.nl ) Prachtig uitgegeven, met veel kleurenfoto’s en inspirerende teksten. Te koop bij de Selexyz Boekwinkels: de grote boekwinkels in de steden.

(6) G.Anders “De man op de brug. Dagboek uit Hiroshima en Nagasaki”; Amsterdam – 1965.